Klap maar na!
Eerst luister je. Daarna klap jij hetzelfde ritme met je handen.
Maak je eigen ritme: kies een notenkaart en tik op een tel in het ritmebord.
Mijn klapritme
Elke regel heeft 4 tellenDruk op Start. Luister eerst. Daarna tellen we af: 3, 2, 1. Bij groen klap je mee.
Zo werkt het
Elke kaart duurt één tel. Een kwartnoot = één klap; twee achtste noten = twee even snelle klappen; vier zestiende noten = vier even snelle klappen; een kwartrust = één tel stilte. Je hoeft geen noten te kennen. De blauwe markering toont waar je bent. De nootkoppen lichten op bij elke klap.
Bij Start wisselen het voorbeeld en de klas elkaar per regel af. Voor iedere klapbeurt tellen we opnieuw drie tellen af. Standaard klinkt tijdens de eigen beurt een echt handklapgeluid; zet ‘Klapgeluid tijdens jouw beurt’ uit om zonder voorbeeld te oefenen. Bij ‘Zelf uitvoeren’ speelt de klas het hele ritme, zonder voorbeeldklappen. Gebruik dezelfde ritmes ook op trommels of echte boomwhackers. Het scherm luistert niet mee en geeft geen punten.
Tip voor de klas: laat de maker het ritme voorstellen en de klas antwoorden. Bespreek daarna: waar zat de stilte? Wat maakte het ritme makkelijk of moeilijk?
Handklap: Solo Clap, OwlStorm (CC0), ingekort en op volume gebracht.